Handen typen op een keyboard van een laptop
| Auteur: Kirsten Roosenbrand | Functie: docent Mens & Identiteit

En toen was het echt

In oktober 2018 was #metoo een jaar actief. Om die reden benaderde Rutgers het IJburg College met de vraag of zij een les seksuele voorlichting bij mochten wonen en daar ook pers voor mochten uitnodigen. Dat werd een les van mij aan 3 havo/vwo. Ik geef normaal gesproken geen les aan derdejaars, ook niet aan deze klas. Één derde van de klas heb ik twee jaar les gegeven, de rest had nog nooit les van mij gehad en kende ik niet bij naam. Omdat het voor de leerlingen uit 3 havo een verplicht extra uur werd, waren de leerlingen niet echt gemotiveerd. Maar toch, ze waren er. Dat kon je van de pers niet zeggen helaas.

Daar zitten we, in de kring, met enkel de camera’s van Rutgers zelf. ‘Wat kan je je nog herinneren van de lessen seksuele voorlichting die je in de tweede hebt gehad?’ ‘Wat is er toen afgesproken over het aangeven van grenzen?’ We praten kort over wat er is blijven hangen. Weinig kinderen nemen het woord. 

Behalve Sam. Sam is 15-jarige jongen, die wel les van mij heeft gehad, altijd een grijns op zijn gezicht heeft, mij heel duidelijk heeft laten weten dat hij Mens & Identiteit (mijn vak) het stomste vak vond en regelmatig geïrriteerd keek en vroeg: ’Wat hebben we hier aan?’

In gesprek over seksueel overschrijdend gedrag

Diezelfde Sam kwam vandaag te laat, grijnzend, maar doet super actief mee. Hij steekt als een van de weinigen wel zijn vinger op en geeft antwoord op de vragen die ik stel. ‘Omdat hij het zielig vond als het helemaal stil zou blijven.’ weet hij mij later te vertellen. 

Nadat we even hebben gesproken, geef ik de leerlingen de opdracht drie- of viertallen te maken en in gesprek te gaan over twee situaties aan de hand van bijbehorende vragen. In de situaties gaat het om grensoverschrijdend gedrag. 

Een van de situaties gaat als volgt:

“Een meisje is op internet aan het chatten met een jongen van school. Ze is aan het flirten. Ze daagt hem uit om zijn sixpack voor de webcam te laten zien. Hij zegt dat hij niet wil. Maar het meisje haalt hem over door te beloven dat zij daarna wat zal laten zien. De jongen geeft dan toch toe. Hij maakt er een wat onhandige striptease van. Dan hoort hij ineens gejoel. Hij merkt dat het meisje samen met twee vriendinnen zijn striptease hebben bewonderd.” Tijdens de gesprekken die de groepjes leerlingen over deze situatie hebben, blijken alle leerlingen dit als grensoverschrijdend gedrag te zien. Ook geven veel leerlingen aan dat ze het heel erg zouden vinden als deze beelden gedeeld zouden worden. Helemaal als ze zich moeten voorstellen dat de rollen van de jongen en het meisje omgedraaid zouden zijn. Dat zou voor het meisje echt erg zijn. 

Wanneer de groepjes uitgesproken zijn, bespreken we de twee situaties in de kring. Sam laat weten dat hij bovengenoemde situatie grensoverschrijdend vindt. Dat hij het niet vindt kunnen. Wanneer er op een gegeven moment wordt gesproken over het delen van het filmpje, kijkt Sam de jongens naast hem aan. Een van hen noemt een naam van een meisje en ze beginnen te lachen. Ik ken dat meisje. En ik weet ook waarom ze haar naam noemen. Twee jaar geleden heeft zij een seksfilmpje van zichzelf naar de verkeerde jongen gestuurd, waardoor de hele school het filmpje gezien heeft en zij uiteindelijk van school is gegaan. Ik heb het filmpje zelf nooit gezien, maar heb er veel over gehoord. 

‘Wat zeg jij nou?’ Ik kijk de jongens aan en het ineens is het muisstil. Alle ogen zijn op de jongens gericht, en iedereen weet waar dit over gaat. De jongens schrikken en zeggen niks. ‘Jij noemt de naam van een meisje dat hier op school heeft gezeten en een filmpje van zichzelf heeft gestuurd aan een jongen. Jullie laten weten dat jullie het absoluut niet vinden kunnen wat er in de zojuist besproken situatie gebeurd. Maar dat is niet echt. Dit wel. En dit maakt je aan het lachen. Kan je dat uitleggen? ‘Ik moest er ineens aan denken.

En, juf, het is toch echt dom dat ze zo’n filmpje maakt en verstuurt?’ ‘Ja?’ vraag ik. ‘Is dat dom?’ 

We gaan kort in gesprek over déze situatie, een echte. De lading is voelbaar in het lokaal, alle leerlingen zijn actief betrokken. De jongens voelen zich schuldig. Zij zullen een volgende keer hopelijk bewuster omgaan met een dergelijk filmpje. Seksuele educatie is zo nodig. Jammer dat de pers er niet was. 

Meer weten? 

Kirsten Roosenbrand docent Mens & Identiteit

Reacties

Scroll
naar beneden