Als er iemand verliefd op je is, is dat altijd een compliment!

Om 13 uur is de pauze voorbij voor de kinderen van de Prof. Kohnstammschool in Utrecht. Groep 8 maakt zich op voor een speciale les over relaties, seksualiteit en vlinders in je buik in het kader van de Week van de Lentekriebels. De les van donderdag 17 maart staat in het teken van LHBT en wordt niet verzorgd door vaste juf Suzanne maar door gastdocente en ‘ervaringsdeskundige’ Florien Cramwinckel van het COC.

Door Johan Vlasblom

Ervaringsdeskundig, want Florien is zelf biseksueel, en vertegenwoordigt daarmee de B uit LHBT.  Wanneer Florien de kinderen vraagt of ze weten waar ‘LHBT’ voor staat, gaan er meteen veel vingers omhoog. De toon is gezet, we hebben hier te maken met een slimme en waarschijnlijk ook goed voorbereide klas. LHBT staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender. De leerlingen sommen het moeiteloos op.

Florien stelt zich voor, vertelt de kinderen dat ze zowel op vrouwen als op mannen valt en dat ze getrouwd met een vrouw met wie ze samen een zoontje heeft. ‘Wat vindt hij ervan dat hij twee moeders heeft’ vraagt de klas meteen. Florien moet het antwoord schuldig blijven wat haar zoontje is pas 1 jaar. Ze nodigt de kinderen uit voor een voorstelrondje met daarbij de vraag of ze zelf iemand kennen als het om LHBT gaat. Het wordt een vruchtbaar rondje, want bijna alle kinderen kennen binnen hun familie of vriendenkring wel een lesbienne of homoseksueel, de biseksuelen en transgenders scoren aanzienlijk lager. De kinderen die aarzelen of ze iemand kennen, worden door hun klasgenoten op het juiste spoor gezet. ‘Volgens mij ken ik niemand die homo of lesbisch is.’ ‘Je kent Walter toch?’ ’Oh ja, dank je wel!’

Echte vriendschap

Na de voorstelronde wordt de film ‘Uitgesproken’ vertoond. Daarin wordt een groep jongeren geportretteerd en hun (voor)oordelen rondom homoseksualiteit. Wat gebeurt er als je beste vriend homo blijkt te zijn en sommige van je vrienden en vriendinnen daar nogal afwijzend of zelfs agressief op reageren? Laat je je vriend dan stikken of hou je de vriendschap in stand? En wat doe je ten opzichte van die andere vrienden? Is het eigenlijk wel echte vriendschap wanneer ze jouw vriend afwijzen en jou partij laten kiezen? De hele klas kijkt stil en geboeid toe en lijkt het een beetje jammer te vinden wanneer de film is afgelopen. Gelukkig eindigt deze wel met een vrij happy en vooral hoopvol einde: echte vriendschap doorstaat heel veel. De eerste reacties op de film komen meteen. ‘Is de film in Nieuwegein opgenomen? Het ziet er zo bekend uit.’ ‘Die jongens die elkaar zoenen in de film, zijn dat echte homo’s of doen ze maar alsof?’ ‘Wat denk je zelf?’, vraagt Florien. ‘Nou, ik denk wel dat ze echt homo zijn want anders is het wel heel moeilijk om elkaar te kussen.’ Moeilijker dan wanneer je als jongen in een film een meisje moet kussen? ‘Ja, dat denk ik wel. Dat is toch iets meer gewoon.’ Florien weet het niet zeker maar vermoedt dat de jongens geen homo zijn maar acteurs die deze rol spelen.

‘Mijn moeder zou het heel leuk vinden, want ze is zelf ook lesbisch!’

Achtbaan

De klas kiest unaniem partij voor de ‘slachtoffers’ in de film én voor de jongeren die kiezen voor respect en gaan voor echte vriendschap. De klas vindt de jongeren die afwijzend en agressief zijn ten aanzien van homo’s laf en dat geldt ook voor de meelopers. ‘Bij vriendschap maakt het niet uit of je vriend homo is of niet. Het lijkt me alleen wel een beetje raar als mijn beste vriend op mij zou zijn.’ Dat brengt het gesprek in de klas op verliefdheid. ‘Is het al zover bij jullie?’, vraagt Florien.  Het blijkt nog nauwelijks het geval te zijn maar de klas is wel nieuwsgierig hoe dat nou voelt. Florien probeert het uit te leggen aan de hand van het vlinders in de buik gevoel. ‘Maar hoe voelt dat dan, vlinders in je buik? Ik kan me dat niet zo goed voorstellen.’ Nou het is vooral een fijn gevoel dat vergelijkbaar is met wanneer je in een achtbaan zit, leg Florien uit. Aha, daar kan de klas zich wel wat bij voorstellen. Juf Suzanne geeft ook nog wat verduidelijking door dat fijne gevoel los te koppelen van het buikgevoel dat je soms krijgt als gespannen of bang bent. De klas begrijpt het verschil en ziet de fijne variant voor henzelf ook wel zitten. ‘Heb je nu nog steeds vlinders in je buik als je bij je vrouw bent?,’ vragen ze aan Florien. Die moet de klas enigszins teleurstellen en vertelt dat de vlinders na verloop van tijd minder worden. Is dat jammer? Dat valt mee want als het goed is, komt er liefde voor in de plaats en dat is minstens zo mooi.

Die jongens die elkaar zoenen in de film, zijn dat echte homo’s of doen ze maar alsof?

Feestje bouwen

 De klas is gerustgesteld en luistert vervolgens geïnteresseerd naar het persoonlijke verhaal van Florien. Ze werd eerst verliefd op een jongen en later op een meisje. Dat leidde aanvankelijk tot veel verwarring en onrust. De vlinders waren er wel maar het fijne gevoel erbij bleef uit. Toen Florien eenmaal geaccepteerd had dat ze biseksueel was, keerde de rust en het fijne gevoel terug. De acceptatie van haar naasten speelden hierin een belangrijke rol. ‘Ik had mijn ouders over de telefoon verteld dat ik biseksueel was. Mijn moeder belde meteen de rest van de familie, inclusief mijn opa en oma en iedereen vond het fantastisch. Toen ik een tijdje daarna bij ze op bezoek werd ik zeer enthousiast ontvangen. Ze wilden allemaal heel graag mijn verhaal horen. Ik kreeg echt het gevoel dat ze een feestje voor me bouwden en ik vond het geweldig!’ De leerlingen hebben plezier om het verhaal en zijn blij voor Florien dat ze zo goed werd ontvangen door haar ouders. Zouden de ouders van de kinderen ook zo positief reageren als ze zouden vertellen dat ze homo, lesbisch of biseksueel zouden zijn?  De meeste kinderen vermoeden van wel. ‘Als je maar gelukkig bent’, is een veelgehoorde reactie. ‘Mijn moeder zou het heel leuk vinden want ze is zelf ook lesbisch!’ ’Mijn ouders zouden het niet erg vinden maar ik denk wel dat ze een beetje verbaasd zouden zijn.’ ‘Mijn moeder zegt altijd dat ze hoopt dat ik het wel altijd aan ze zal vertellen.’

Ik vind het leuker als er iemand verliefd op je is met wie het ook echt zou kunnen!

Normaal doen

Een vader en een moeder, twee moeders of twee vaders. Het maakt de klas niet zo heel veel uit, al zien ze soms wel voordelen. ‘Het lijkt me heel gezellig als je twee moeders hebt. Lekker veel met elkaar kletsen!’ ‘Nou, ik heb liever twee vaders want dan mag ik veel meer gamen en tv kijken en ook later naar bed. Van mijn moeder mag dat allemaal niet.’ De kinderen zijn het er wel over eens dat je een kind dat twee vaders of twee moeders heeft daar niet mee mag pesten. ‘Je moet normaal doen en niet gek reageren. Een kind kan er toch zelf niets aan doen en ik vind ook dat je iedereen moet respecteren.’  De begripvolle en positieve houding in de klas lijkt voor te komen uit de goede sfeer die in de klas hangt. Het is een klimaat waarin veel bespreekbaar is, pesten geen optie is en allerlei kwesties en moeilijke zaken met elkaar worden uitgepraat. ‘Je mag hier in de klas jezelf zijn.’

Hand in hand

Word je als LHBT-er geboren of ‘word’ je dat pas later? Het grootste deel van de klas denkt dat je zo geboren wordt en een paar leerlingen vermoeden dat je daarin een keuze hebt. De meesten denken echter dat er niets te kiezen valt.  ‘Je kunt het toch niet negeren als je zo bent?’ En dat moet je volgens de klas ook vooral niet doen, want de kinderen vinden dat je je hart moet volgen.  ‘Als je niet bij elkaar kunt zijn, is dat ontzettend verdrietig’.  Florien vertelt de klas dat het in aardig wat landen heel moeilijk of zelfs verboden is om LHBT-er te zijn. En zelfs in Nederland loopt ze zelf ook niet altijd hand in hand met haar vrouw omdat ze soms bang is voor negatieve reacties. Ze krijgt steun van de klas, die vindt dat je als twee jongens of twee meisjes wel hand in hand moet kunnen lopen. Florien is blij met de steun en laat de kinderen weten dat ze het eigenlijk altijd leuk vindt om haar verhaal te vertellen. Dat levert haar nog meer steun van de klas op: ze vinden Florien stoer en dapper. Het maakt de klas niet zo heel veel uit als er een jongen of een meisje op hen verliefd zou zijn. Maar het kan soms wel lastig zijn. ‘Het ligt er heel erg aan wie er verliefd op je is. Ik zou het niet leuk vinden als dat mijn beste vriendin zou zijn.‘ Als ik zelf geen homo ben, vind ik het leuker als er een meisje verliefd op me is.’ ‘Het maakt me niet uit maar ik zou wel bang zijn dat ik iemand verdriet doe als ik niet op hem of haar ben.’ ‘Ik vind het leuker als er iemand verliefd op je is met wie het ook echt zou kunnen!’ ‘Als er iemand verliefd op je is, is dat eigenlijk altijd een compliment!’

Als je niet bij elkaar kunt zijn, is dat ontzettend verdrietig

Persoonlijk en enthousiast

De klok kruipt langzaam richting half 3 en de concentratie van de klas neemt wat af. Ze zijn weer toe aan want anders. ‘Heb je misschien nog een filmpje om te laten zien?’ Nee, een ander filmpje niet, maar er is nog wel tijd voor een korte evaluatie. Wat vond de klas van de les? Erg leuk, luidt het unanieme oordeel. Met veel dank aan Florien. ‘Haar verhaal is heel persoonlijk en ze is heel enthousiast. Dat is veel leuker om te horen dan iets uit een boek.’ Ook het feit dat de klas veel vragen mocht stellen, wordt zeer gewaardeerd. Net als de film.  Al met al vinden de kinderen de hele gang van zaken rondom LHBT eigenlijk heel normaal. En ze vinden het ook goed dat in de klas aandacht aan dit soort zaken wordt besteed. Zou dat vaker moeten gebeuren? Nou, zo’n twee keer per jaar lijkt de kinderen wel voldoende. Het slotwoord is voor Florien. Ze bedankt de klas voor de enthousiaste houding en hoopt dat ze hun openheid en het respect voor elkaar meenemen naar de middelbare school. Die kans zit er dik in. Missie geslaagd dus.

Suzanne de Keijzer, leerkracht:
'Ik was opnieuw erg tevreden over de Week van de Lentekriebels. Het is mooi dat de hele school een week lang werkt aan hetzelfde thema. Dat is ook een goede boodschap aan de ouders. Het lespakket van Rutgers is een prima hulpmiddel voor mijn lessen. Ik volg deze niet van A tot Z maar haal er specifieke onderwerpen uit waar de leerlingen aan toe zijn en om vragen. Dat verschilt trouwens heel erg per klas. De ene klas wil veel weten over de meer technische aspecten zoals DNA en genen terwijl een andere klas alles vraagt over de gevoelsmatige kant van relaties en seksualiteit. Het begin van de Week levert altijd het nodige gegiechel op, maar al gauw worden er heel mooie gesprekken gevoerd en zinnige vragen gesteld. Ik probeer daarbij zelf ook zo open en eerlijk mogelijk te zijn, maar bespreek natuurlijk lang niet alles uit mijn persoonlijke leven. Ik vind het goed dat er op school aandacht wordt besteed aan dit onderwerp, niet ieder kind kan hier thuis mee terecht. Wat ik ook heel mooi vind, is dat ook de meest ‘wijze’ kinderen altijd weer dingen bijleren tijdens zo’n week. Er zijn weer flink wat werelden open gegaan.’

Bart Boerema, adviseur seksuele gezondheid bij de gemeente Utrecht:
'Ik heb een topweek achter de rug. In Utrecht namen 67 scholen met ruim 18.000 leerlingen deel aan de Week van de Lentekriebels. Boerema ging de hele stad door om zoveel mogelijk scholen te bezoeken en indrukken op te doen. ‘Ik was zowel ontroerd als prettig verrast. Bij veel docenten is het onderwerp echt onder de huid gekropen; hun motivatie om iets met relaties en seksualiteit te doen is steeds vanzelfsprekender geworden. Dat is prachtig om te zien. Net als de grote mate van openheid en nieuwsgierigheid bij kinderen uit moslimgezinnen. In veel klassen heerst een veilige sfeer. Dat is de basis voor vertrouwen en schept ruimte om het gesprek met elkaar aan te gaan.  Dat merk je, dat zie en dat voel je. Daarom petje af voor de scholen. En natuurlijk heb ik nog wensen voor de toekomst. Ik ga persoonlijk gewoon voor honderd procent deelname. Bovendien zou het goed zijn om ouders er nog meer bij te betrekken. Daar valt nog wel winst te behalen.’

 

 

 

Scroll
naar beneden