Week van de Lentekriebels leert kinderen kiezen en nee zeggen

Basisschool ’t Ven in Rosmalen heeft ook, net als veel andere scholen, de Week van de Lentekriebels uitgevoerd. Hoe leren zij de klas om te kiezen en nee te zeggen?

Door: Johan Vlasblom 

Meester Joep is verliefd 

Ze worden daarna toegesproken door de directeur, meester Joep. Die vertelt de kinderen dat hij verliefd is….op het nieuwe schoolgebouw! Het leidt tot grote hilariteit bij de kinderen en de nodige verbaasde blikken. Zo’n soort verliefdheid hadden ze niet aan zien komen. Zijn de kinderen misschien ook verliefd op het nieuwe schoolgebouw, probeert meester Joep nog.

‘Neeee!!!’ klinkt het uit vele kelen. Hoogste tijd om met de lessen te gaan beginnen, de Week van de Lentekriebels staat dit jaar in het teken van respect.

Je mag zelf kiezen of je het wel of niet vertelt...

Groep 4 van juffrouw Hèlen is helemaal klaar voor de les en de kinderen hebben verschillende ideeën waarover die les zou kunnen gaan. Bijvoorbeeld over verliefd zijn of over kriebels in je buik hebben. Of misschien over de twee juffen op school die zwanger zijn. Eén van de kinderen zegt te weten hoe je baby’s moet maken maar hij heeft gezworen om dat nooit meer te vertellen. Dat hoeft hij volgens juffrouw Hèlen ook niet, maar deze uitweg brengt hem meteen aan het twijfelen. ‘Zal ik het toch maar vertellen?’ Dat mag best vindt juffrouw Hèlen. ‘Je mag zelf kiezen of je het wel of niet vertelt.’

Mmmm….toch maar niet vertellen, misschien op een later moment. Het gesprek is een mooie opwarmer voor de les die in het teken staat van keuzes maken en daarbij ook nee durven zeggen. Juffrouw Hèlen introduceert daarvoor 3 tekeningen. Een tekening met ja en een groene smiley, een tekening met nee en een rode smiley en een tekening met twijfel en een vraagteken? De kinderen hangen de tekeningen op verschillende plekken op in de klas en de ‘keuzeles’ kan beginnen.  

Vertel de hele klas wat jouw geheim is.’ ‘Nee dat doe ik niet, dat ga ik echt nooit doen.’

Een lekkere knuffel...  

De eerste keuze die de kinderen krijgen voorgelegd, gaat over het gevoel dat ze krijgen wanneer ze verdrietig zijn en vervolgens van hun vader een knuffel krijgen. Willen ze dat? Bijna de hele klas loopt naar de ja tekening met de groene smiley; ja hoor, die knuffel willen ze wel van hun vader. Maar er zijn ook twijfelaars. ‘Ik wil geen knuffel als ik nog boos ben op papa’, zegt iemand. Een jongen stelt zich op bij de nee tekening en de rode smiley. ’Ik vind knuffels niet fijn.’

Dat is toch niet zo erg? 

Bij de volgende keuze, je hebt ruzie met je broer of zus en die trekt je aan je haar, kiest logischerwijs niemand voor de ja-optie en stroomt het nee-kamp direct vol. ‘Natuurlijk wil ik dat niet want dat doet pijn!’ Toch is er ook een enkeling die twijfelt. ‘Als het pijn doet, mag het niet maar als het zachtjes is, vind ik het niet zo heel erg.’

Goed gedaan en ga zo door! 

De volgende kwestie is een schouderklopje van de meester of juffrouw wanneer je je best hebt gedaan. Zitten de kinderen daar op te wachten?  Een paar kinderen twijfelen, ‘alleen als het zachtjes gebeurt’, en twee kinderen wijzen het af ‘ik wil gewoon niet dat iemand aan mijn schouders zit.’ De meeste kinderen willen het schouderklopje best wel omdat het ze een gevoel geeft van goed gedaan en ga zo door. 

Niet knuffelen maar stoeien

Tijd voor weer een nieuwe keuze: je bent nog boos op je zus of broer en toch krijg je van haar of hem een knuffel. Wil je dat? Ja, zeggen een paar kinderen, waarbij er bij één van hen sprake is van een tweelingzus, en daar kun je toch geen knuffel van weigeren? Andere kinderen zien zo’n knuffel op dat moment niet zitten en willen liever met rust worden gelaten. Het mooiste antwoord komt van één van de twijfelaars: ‘misschien wil hij helemaal niet knuffelen maar stoeien!’ Dat is een goeie, vinden de andere kinderen, zo hadden ze het nog niet bekeken. 

Ga je mee spelen? 

De volgende keuze maakt de tongen pas echt goed los: je bent op straat aan het spelen en een onbekend ouder meisje vraagt of je met haar mee gaat naar huis om te spelen. Slechts één kind kiest voor ja maar hij stapt al snel over naar de twijfelaars. Die zien er de lol wel van in om met een nieuw iemand af te speken, maar het lijkt ze tegelijkertijd ook onverstandig. Misschien toch maar niet doen. De meeste kinderen kiezen vrij resoluut voor nee om verschillende redenen. ‘ik weet niet of ik dat meisje kan vertrouwen, ik mag dat niet doen van mijn vader en moeder, misschien is ze wel een kinderlokker, ik ben daar te bang voor, net als voor die gemene honden in onze straat.’ 

Opa en oma als goede tweede 

Juffrouw Hèlen geeft de kinderen veel ruimte en vertrouwen om keuzes te maken en deze ook toe te lichten. De kinderen maken hier dankbaar gebruik van en zijn open in hun verhalen en afwegingen. Bijvoorbeeld over het feit naar wie ze het liefst toe gaan wanneer ze een ‘nee-gevoel’ over iets of iemand hebben: hun vader of moeder, hun opa of oma of naar de juffrouw of meester. 

De antwoorden zijn niet eenduidig. Veel kinderen kiezen voor hun ouders, waarbij een van hen een duidelijke voorkeur voor haar vader heeft want die is ‘heel erg lief en gaat mij gelijk helpen.’ Voor sommige kinderen is juffrouw Hèlen, en eventueel meester Joep, ook een optie. Over opa’s en oma’s wordt verschillend gedacht. Sommige kinderen zien ze als een ‘goede tweede’ na hun ouders, maar anderen doen het liever niet. ‘Ik zie mijn opa en oma ook niet zo vaak.’

Het brengt juffrouw Hèlen op de vraag wat de kinderen eigenlijk doen bij een nee-gevoel. Ook hier verschillen de meningen, al blijven de meeste kinderen wel netjes in hun afwijzing. ‘Ik zeg dan: sorry maar ik wil liever niet afspreken.’ Sommige kinderen reageren iets sterker. ‘Als iemand zegt dat ik in de achtbaan moet, zeg ik heel duidelijk: dat wil ik niet!!’ En als nee zeggen niet tot het gewenste resultaat leidt, zijn er ook kinderen die er vervolgens iemand anders bijhalen.  

‘Ik ben daar te bang voor, net als voor die gemene honden in onze straat.’ 

Boze gezichten en de achtbaan 

Hoogste tijd om eens te gaan oefenen met nee zeggen, met allereerst een warmdraairondje. Als eerste mogen de kinderen zachtjes nee zeggen.

Dat gaat ze weliswaar goed af maar je voelt meteen dat er meer in zit en er ook uit wil! Bij de tweede poging mag het volume al flink omhoog en bij de derde keer mag het gewoon keihard. Aangespoord door de vraag van juffrouw Hèlen of ze een rekentoets willen maken, brullen de kinderen luidkeels ‘NEEE!!!’ 

Daarna is het tijd voor het echte werk waarbij de kinderen in groepjes elkaar om de beurt moeten uitdagen om nee te zeggen op een zelf verzonnen opdracht of vraag. Dat gaat er soms rumoerig aan toe. De kinderen verzinnen fraaie onderwerpen, komen af en toe heel dicht bij elkaar, laten hun stem zo veel mogelijk zakken, trekken boze gezichten en schieten daarbij soms ook in de lach. ‘Ik zeg dat je mee gaat in de achtbaan!’ ‘En ik zeg nee!!’ ‘Ik mag jou schoppen!’ ‘Neee!!’ ‘Vertel de hele klas wat jouw geheim is.’ ‘Nee dat doe ik niet, dat ga ik echt nooit doen.’ ‘Maar ik zeg ja!’ ’En ik zeg nee!’  Een mooie oefening waar de kinderen maar moeilijk afscheid van kunnen nemen. Gelukkig wacht hen een fraaie cooling down.

Nee zeggen niet alleen met je stem 

Juffrouw Hèlen legt uit dat je niet alleen nee kunt zeggen met je stem naar ook met je handen en je hele houding. Dat moet natuurlijk ook even worden geoefend. Alle kinderen gaan staan met de benen iets uit elkaar, de handen in de zij, het hoofd rechtop en dan roepen maar: NEEEEE!!! En dan zit de les er al weer op en wacht inderdaad de rekentoets. Die aankondiging heeft opnieuw heel veel luide Neee’s!! tot gevolg, maar juffrouw Hèlen is onverbiddelijk. De rekentoets gaat door, daar veranderen al die nee’s niets aan.     

Scroll
naar beneden