Kinderen aan het werk in de klas

Signalering

Het kan voorkomen dat u leerlingen in de klas heeft die seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen of die seksueel misbruik hebben meegemaakt. Het is belangrijk dat u dit tijdig kunt signaleren en weet hoe u hiermee kunt omgaan.

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Het kan voorkomen dat leerlingen in uw klas seksueel grensoverschrijdend gedrag vertonen.

Bijvoorbeeld een klasgenoot uitschelden voor “slet” of ‘’hoer”, via mobiel seksueel getinte filmpjes maken en verspreiden, een ander in de billen of borsten knijpen, iemand plotseling zoenen of seksueel intimideren.

Hoe signaleert u (ongewenst) seksueel gedrag en hoe moet u dit gedrag interpreteren?

Een hulpmiddel hierbij is het Vlaggensysteem. Daarin staat een aantal criteria beschreven om het seksuele gedrag te toetsen:

schoolklas-flickrCC-willem-veldhoven

  1. Is er wederzijdse toestemming? Wil de leerling het zelf? Wil de ander het ook? Vinden ze het allebei prettig?
  2. Is het gedrag vrijwillig? Kiest de leerling er vrijwillig voor om dit te doen? Durft/kan hij of zij nee zeggen? Is er sprake van machtsmisbruik, dwang of druk.
  3. Is er sprake van gelijkwaardigheid? Zijn de leerlingen gelijkwaardig aan elkaar qua leeftijd, kennis, intelligentie, rijpheid, et cetera.
  4. Is het gedrag leeftijdsadequaat? Past het gedrag bij de seksuele ontwikkelingsfase van de leerling? Doet de leerling niets waar hij/zij te jong/oud voor is?
  5. Is het gedrag passend in die context (klas, school, schoolplein)?
  6. Is het gedrag respectvol? Veroorzaakt het gedrag fysieke, emotionele of psychische schade bij de leerling zelf of bij een ander? Overziet het kind de gevolgen van zijn of haar gedrag?

Is het antwoord op één van de bovenstaande vragen ja, dan is er sprake van (licht) grensoverschrijdend gedrag. Het Vlaggensysteem geeft tips hoe je als leerkracht kunt handelen.

Seksueel misbruik

Ook is het belangrijk om alert te zijn op symptomen van gedrag die kunnen wijzen op ervaringen met seksueel misbruik. Een leerling met een dergelijke ervaring kan zich isoleren, schuldig voelen of juist seksueel uitdagend gedragen. 

Heeft u een vermoeden dat een kind seksueel is misbruikt of betrokken is geweest bij een vorm van seksuele intimidatie of seksueel misbruik, dan is actie op zijn plaats. Wat er dan precies moet gebeuren en wat de verantwoordelijkheid is van de leerkracht of de school, zal per situatie verschillen.

De meeste scholen hebben een protocol hoe te handelen bij seksueel misbruik en hebben een vertrouwenspersoon. In het protocol staat precies vermeld wat er gedaan moet worden. Bij een vermoeden van seksueel misbruik buiten de school kunt u het beste contact opnemen met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Tel: 0900-1231230. Of kijk op een van de volgende websites: www.zorgwijzer.nlwww.kindermishandeling.info of www.onderwijsinspectie.nl.

Een leerling kan u ook in vertrouwen nemen en u vertellen over een ervaring met seksueel misbruik. Probeer in dat geval goed te luisteren. Stel geen beschuldigende vragen en probeer niet emotioneel (geschrokken, boos of verontwaardigd) te reageren. Beloof het kind geen geheimhouding, maar ga in overleg met het kind praten met de vertrouwenspersoon op school of bel met het AMK.

Homonegatief gedrag

Een leerling dat (mogelijk) homoseksuele gevoelens ontwikkelt, kan zich door homonegatief gedrag erg onzeker voelen, zich terug trekken en zelfs depressief worden. Het is zaak om op school ook voor deze leerlingen een veilig schoolklimaat te creëren.

Spreek  leerlingen die zich negatief uitlaten over homoseksualiteit of andere kinderen uitschelden voor homo, aan op hun gedrag. Als een leerling het woord homo als scheldwoord gebruikt, moet dat altijd worden gecorrigeerd. Lessen over relatievorming en seksuele diversiteit kunnen een respectvolle omgang bevorderen.

Kwetsbare leerlingen

Leerlingen met een negatief zelfbeeld die seksueel vroegrijp zijn of verminderd weerbaar, en leerlingen die op jonge leeftijd al seksueel actief zijn, lopen soms hogere seksuele risico’s dan andere leerlingen. Ook de opvoedingssituatie thuis kan hierop van invloed zijn. Het is aan de school om deze leerlingen goed in de gaten te houden en bij twijfel of zorgen contact op te nemen met de jeugdgezondheidszorg of een opvoedondersteuner.

Wanneer is er iets mis?

Mogelijke signalen dat er iets aan de hand is:

  • Concentratieproblemen, achteruitgang in leerprestaties, spijbelen, niet actief deelnemen aan de lessen.
     
  • Zeer meegaand gedrag, of juist agressief en opstandig gedrag.
     
  • Neiging tot isoleren, depressieve gevoelens.
     
  • Geen aansluiting bij de groep.
     
  • Angstige en emotionele reacties, bijvoorbeeld schrikreactie bij aanraken.
     
  • Extreem seksueel uitdagend gedrag.
     
  • Seksueel gedrag dat niet passend is bij de leeftijd.

Tips hoe seksueel probleemgedrag te signaleren en erop te reageren

  1. Heb kennis van de seksuele ontwikkelingsfasen van leerlingen en weet welk gedrag wel of niet schadelijk of zorgwekkend is.
  2. Weet welke leerlingen extra kwetsbaar zijn en wat de gevolgen of impact is van seksueel grensoverschrijdend of ongezond gedrag.
  3. Bespreek op tijd uw zorgen over leerlingen met het team of andere collega’s.
  4. Als u bepaald gedrag signaleert, vraag dan door op feiten en beleving om te beoordelen of er sprake is van grensoverschrijdend gedrag.
  5. Heb niet alleen aandacht voor mogelijke slachtoffers of plegers, maar ook voor getuigen van seksueel gedrag.
  6. Bedenk dat bepaalde symptomen ook kunnen wijzen op ervaringen met seksuele grensoverschrijding of seksuele intimidatie buiten de school.
  7. Neem bij  twijfel of zorgen over het seksuele gedrag contact op met de jeugdgezondheidszorg in de regio of bespreek dit in het ZAT-team.
  8. Maak bij seksueel geweld en seksueel misbruik gebruik van de meldcode.
  9. Laat leerlingen weten bij wie ze terecht kunnen als er problemen zijn en waar zij betrouwbare informatie of steun kunnen vinden. Denk aan de vertrouwenspersoon, mentor of de Kindertelefoon.

Meer informatie

Scroll
naar beneden