Kinderen aan het werk in de klas

Omgaan met diversiteit

In een klas treft u een diversiteit aan leerlingen. Leerlingen met verschillend sociaal- emotionele en cognitieve ontwikkeling, jongens en meisjes, met verschillende culturele achtergronden en mogelijk ook een verschillende (beginnende) geaardheid. Met al deze verschillen krijgt u als leerkracht te maken.

Tijdens een les over besnijdenis vroeg ik de jongens of een van hen wilde vertellen over de gebruiken en het feest. De andere kinderen vonden dat reuze interessant. Zo leerden ze zich in te leven in andere culturele tradities.

Leerkracht groep 8

Verschillen in ontwikkeling

Kinderen kunnen onderling sterk verschillen in hun relationele en seksuele ontwikkeling. Het ene kind is soms seksueel meer ervaren of rijper dan het andere, of het ene kind weet meer dan het andere. Zaken die hierbij een belangrijke rol spelen zijn:

  • Opvoeding
  • Eerder opgedane ervaringen
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling
  • Cognitieve ontwikkeling

Deze verschillen worden op school zichtbaar in gedrag, gevoelens, opvattingen en vaardigheden. Waar de ene leerling precies wil weten hoe de baby in mama’s buik is gekomen, is dit voor een andere leerling geen belangrijke vraag. Waar de ene leerling gefascineerd lijkt door bloot, heeft de andere weinig belangstelling voor het eigen lichaam of dat van anderen. Het is aan u om rekening te houden met deze diversiteit. Hoe groot de verschillen ook zijn, alle kinderen recht hebben op betrouwbare informatie over relaties en seksualiteit. Leerlingen pikken zelf de informatie op waar ze aan toe zijn.

Verschillen tussen jongens en meisjes

Jongens en meisjes vertonen onderling veel overeenkomsten, maar verschillen ook van elkaar:

  • Veel jongens zijn meer actie en doe-gericht, terwijl meisjes meer relatie- en emotiegericht zijn.
  • Jongens kennen aan seksualiteit soms een andere betekenis toe dan meisjes, ze zoeken op andere manieren naar informatie en ze beleven bepaalde situaties anders dan meisjes.
  • Zo weten we bijvoorbeeld dat meisjes minder hun grenzen duidelijk kunnen maken en bewaken dan jongens.
  • En dat jongens meer ‘technische’ vragen hebben over seksualiteit dan meisjes.

We raden u aan om zoveel mogelijk in gemengde groepen les te geven, zodat jongens en meisjes op deze manier ook van elkaar leren. Het kan soms goed zijn om een onderwerp te behandelen in groepen met alleen jongens of meisjes of in gemengde groepen met jongens en meisjes door elkaar. Jongens en meisjes praten dan misschien vrijer over het onderwerp en durven meer vragen te stellen. Let er wel op dat aan het eind van de les de groepen weer bij elkaar worden gevoegd en de informatie met elkaar wordt uitgewisseld.

Culturele en religieuze diversiteit geloofsachtergronden

De invloed van cultuur en religie of geloofsovertuiging komt terug bij lessen over relaties en seksualiteit. De ene leerling praat makkelijker over dit onderwerp dan de andere leerling. Soms zijn bepaalde onderwerpen een taboe thuis zoals homoseksualiteit, seks of abortus of hebben leerlingen een kennisachterstand. Geef aandacht aan individuele verschillen in kennis, houding, denkbeelden en gedrag en benoem ook de overeenkomsten tussen leerlingen. Pas op voor aannames en generaliseer niet naar groepen en let erop dat iedereen mee kan doen in de klas. Zorg ervoor dat leerlingen respectvol met elkaar omgaan en laat hen zelf hun verhaal doen.

Hoe ga je om met seksuele diversiteit  

Leerlingen hebben soms stereotype beelden over homoseksualiteit. Ze groeien op in een omgeving waar soms weinig ruimte is voor diversiteit. Jongens die zich bijvoorbeeld minder macho gedragen, worden soms snel uit de groep verstoten. Of leerlingen met homoseksuele ouders worden minder (snel) geaccepteerd. Leerlingen moeten ruimte krijgen hun eigen genderidentiteit te ontwikkelen. Ook in lessen relationele en seksuele vorming wordt aandacht besteed aan gender-oriëntatie en verschillende types relaties. Het is belangrijk leerlingen die zich negatief uitlaten over homoseksualiteit of andere kinderen uitschelden voor homo, aan te spreken op hun gedrag. Als een leerling het woord homo als scheldwoord gebruikt moet dat altijd worden gecorrigeerd. Geef hierin zelf ook het goede voorbeeld.

Als leerlingen homo als scheldwoord gebruiken, spreek ik ze daar altijd op aan. Ik grijp het ook aan om er een gesprek over te beginnen. Als er leerlingen zijn die thuis leren dat homoseksualiteit niet mag, leer ik ze dat je in Nederland vrij bent in je partnerkeuze. 

Leerkracht groep 6

Meer informatie

Gerelateerde producten

Scroll
naar beneden