in samenwerking met
studenten tijdens college

Leerdoelen

In 2012 zijn zes competenties geformuleerd voor het lesgeven over seksualiteit en relaties. De competenties benadrukken de toepassing van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes in de praktijk van het lesgeven over seksualiteit en relaties.

vo_docent-foto-flickr-jborsboom

Competentie 1:  De leraar voortgezet onderwijs onderkent het belang van seksuele en relationele vorming voor leerlingen en onderkent zijn of haar leerpunten bij het geven van seksuele en relationele vorming.

Leerdoelen bij deze competentie:
1.1 De student legt de begrippen seksuele gezondheid, seksuele rechten en seksuele en relationele vorming uit.
1.2 De student beschrijft verschillende visies of benaderingen van seksuele en relationele vorming en geeft beargumenteerd aan waar zijn of haar voorkeur naar uitgaat.
1.3 De student noemt minstens vier argumenten waarom seksuele en relationele vorming voor jongeren in het voortgezet onderwijs van belang is.
1.4 De student reflecteert op uitgangspunten en doelen met betrekking tot seksuele en relationele vorming.
1.5 De student formuleert een standpunt over zijn of haar eigen rol in seksuele en relationele vorming.
1.6 De student toont inzicht in eigen kennis, attitude en vaardigheden op het gebied van seksuele en relationele vorming.

Competentie 2: De leraar voortgezet onderwijs is in staat bij lessen seksuele en relationele vorming aan te sluiten bij de seksuele ontwikkeling van jongeren en houdt hierin rekening met het ontwikkelingsniveau, de ervaring, kennis en behoeften van leerlingen en de invloeden die hierin een rol kunnen spelen.

Leerdoelen bij deze competentie:
2.1 De student geeft een beschrijving van de seksuele en relationele ontwikkeling van jongeren (12+).
2.2 De student schetst een beeld van de seksuele gezondheid van jongeren met betrekking tot seksueel (risico)gedrag (zwangerschap, soa’s, seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksuele problemen) en reflecteert op wat dit betekent voor de inrichting van de lessen seksuele en relationele vorming.
2.3 De student beschrijft wat de rol en invloed is van ouders, peers en media op de seksuele en relationele ontwikkeling.
2.4 De student laat zien te beschikken over kennis van middelen ter voorkoming van zwangerschap en soa’s, en over kennis van aspecten van seksuele grensoverschrijding.

Competentie 3: De leraar voortgezet onderwijs is in staat tijdens de lessen over seksuele en relationele vorming een zodanige veilige, vertrouwde leeromgeving tot stand te brengen en te bewaken dat leerlingen op een respectvolle manier met elkaar praten over seksualiteit en relaties.

Leerdoelen bij deze competentie:
3.1 De student heeft geoefend met een werkvorm voor het creëren van een veilige sfeer die leerlingen stimuleert tot het stellen van vragen en het praten over seksualiteit en relaties.
3.2 De student legt uit wat concrete randvoorwaarden zijn voor een veilige, vertrouwde sfeer (groepsregels, woordgebruik, groepssamenstelling etc.).
3.3 De student kan aan de hand van concrete voorbeelden aangeven hoe om te gaan met onverwachte gebeurtenissen en weerstand in de klas.

Competentie 4: De leraar voortgezet onderwijs is zich bewust van diversiteit in seksuele waarden en normen, staat open voor deze diversiteit en toont hier respect en begrip voor.

Leerdoelen bij deze competentie:
4.1 De student is zich bewust van de eigen opvattingen over seksualiteit en relaties bij jongeren.
4.2 De student laat zien hoe hij of zij denkt om te gaan met uiteenlopende opvattingen over seksualiteit en relaties (leraar-leerlingen, leerlingen onderling).
4.3 De student heeft geoefend met het bespreken van seksualiteit in een multiculturele klas.
4.4 De student heeft kennis gemaakt met en gereflecteerd op werkvormen om homoseksualiteit  bespreekbaar te maken.

Competentie 5: De leraar voortgezet onderwijs kan signalen die duiden op seksuele en relationele problematiek benoemen en kan leerlingen zo nodig verwijzen naar relevante hulpverleningsinstanties.

Leerdoelen bij deze competentie:
5.1 De student benoemt mogelijke signalen van seksuele en relationele problematiek.
5.2 De student geeft aan welke hulpverleningsmogelijkheden er zijn voor leerlingen bij vermoeden van seksuele en relationele problematiek (sociale kaart).

Competentie 6: De leraar voortgezet onderwijs kan lessen seksuele en relationele vorming verzorgen, en daarbij gebruik maken van bestaande, bij voorkeur effectieve, methodieken voor seksuele en relationele vorming.

Leerdoelen bij deze competentie:
6.1 De student kan bestaande, bij voorkeur effectieve, methodieken en materialen voor seksuele en relationele vorming opzoeken en toepassen in de eigen lessen seksuele en relationele vorming.
6.2 De student stelt een les(senserie) seksuele en relationele vorming samen die aansluit bij de behoefte, de ervaring, de kennis en het ontwikkelingsniveau van de leerlingen.
6.3 De student praat open en zonder schroom over seksualiteit en relaties in één of meerdere activerende werkvormen.
6.4 De student reflecteert op en evalueert een les seksuele en relationele vorming en benoemt hierin sterke en zwakke punten ten aanzien van de inhoud en de uitvoering van de les.

Scroll
naar beneden