Seksuele en genderidentiteitsontwikkeling

Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs kunnen worstelen met hun eigen seksuele of genderidentiteit. Zelfacceptatie en sociale acceptatie in de klas zijn niet altijd vanzelfsprekend. Hoe kunt u als leraar respectvolle omgang stimuleren en een veilige leeromgeving creëren? En hoe kunt u psychosociale problemen signaleren?

Zorg voor een veilige leeromgeving, waarin respectvolle omgang voorop staat. Makkelijk gezegd. Maar hoe kunt u dit doen in een homo-negatieve omgeving? En waarom is dat belangrijk? 

Seksuele oriëntatie

Vanaf een jaar of 10 kunnen leerlingen voor het eerst verliefde gevoelens ervaren of zich aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht. Leerlingen kunnen in de war raken van deze gevoelens en ze (nog) niet als homoseksueel of biseksueel benoemen of dit niet meteen willen of durven vertellen. Hier gaan leerlingen verschillend mee om. 

Transgender

Transgender is een overkoepelende term die wordt gebruikt voor mensen bij wie het geboortegeslacht en de genderidentiteit niet overeenkomen. Iemand heeft bijvoorbeeld geslachtskenmerken van een meisje, maar voelt zich man en wil ook als man door het leven gaan. Dit is geen seksuele oriëntatie, maar gaat over identiteit. Er zijn dus homo-, bi- en heteroseksuele transgenders. Voor veel transgenders is de puberteit een onprettige periode, omdat de biologische geslachtskenmerken zich tijdens de puberteit verder ontwikkelen. Het is belangrijk dat er in de omgeving steun geboden wordt. 

Veilige leeromgeving

Als een leerling zich niet volgens de verwachte gendernormen gedraagt, kan dit negatieve reacties uit de omgeving oproepen. Dit terwijl het exploreren van de eigen genderidentiteit en het uiten van meer of minder jongens- of meisjesachtig gedrag gezond en normaal is. Negatieve reacties hierop uit de omgeving kan bij leerlingen sociale, emotionele of psychische problemen veroorzaken.  

Tips

  1. Acceptatie. Neem gevoelens van een leerling serieus. Het lijkt een open deur, maar al te vaak worden variaties in gendergedrag niet geaccepteerd. Geef leerlingen de ruimte en benoem sociale druk om aan specifieke normen te voldoen. Benoem gendervariaties en besteed hier in de lessen specifiek aandacht aan.   
  2. Negatieve omgeving. In sommige klassen is er weinig ruimte voor diversiteit. Jongens die zich vrouwelijker gedragen worden uit de groep verstoten of meisjes die zich jongensachtig gedragen worden uitgemaakt voor lesbo. Ga het onderwerp dan niet uit de weg, maar maak het expliciet bespreekbaar. Benoem begrippen en licht ze toe. Weten leerlingen wat de begrippen betekenen? En welke impact scheldwoorden en uitsluiting op leeftijdsgenoten hebben? 
  3. Cultuur en religie. Besteedt aandacht aan de invloed van cultuur en religie op seksuele en genderidentiteit. Gebruik hiervoor als achtergrondinformatie zoals ‘Zwijgen is zonde’ of de informatie op sense.info. Kader informatie in vanuit het mensenrechtenperspectief en vertel dat mannen met elkaar mogen trouwen in Nederland en vrouwen ook.  
  4. Mediawijs. Benoem de rol van de media als het gaat over genderstereotiepe beeldvorming. Vraag leerlingen om beelden van mannen en vrouwen op te zoeken. Laat ze deze beelden vervolgens vergelijken met mannen en vrouwen in hun omgeving. Zien ze er hetzelfde uit? Wat is er anders? Laat ze ook zoeken naar expliciete beelden in de media van mannen die zich niet mannelijk en vrouwen die zich niet vrouwelijk gedragen. Wat laten deze beelden zien? Benoem gendervariaties en het unieke van elke persoon. 

Meer lezen

Relevante websites

Seksuele oriëntatie

Transgender

 

Scroll
naar beneden