Omgaan met (seksuele) diversiteit

Leerlingen met een beperking hebben verschillende achtergronden (cultureel, religieus) en seksuele identiteiten (lesbisch, homo, biseksueel, transgender). Zo bestaan er in de klas verschillende opvattingen, niveaus en normen en waarden. Dit kan leiden tot confrontaties, pesten of uitsluiting. Hoe kunt u daarop reageren?

Een niet-gelovige jongen en een islamitisch meisje (beiden 17 jaar en verstandelijk beperkt) hebben verkering.
Ze mogen van hun ouders verkering. Alleen mag het meisje van haar ouders geen verkering met deze jongen, omdat hij niet islamitisch is. Ze willen elkaar beiden de hele dag aanraken en afspreken buiten het gezichtsveld van de leraren. Volgens de leraren is er sprake van een fixatie op de verliefdheid. Het meisje spijbelt sinds de relatie en heeft vaker ruzie met de leraren op school. 

De leraren op deze school vroegen zich af: ‘Moet je in deze situatie de wens van de ouders respecteren en deze verkering op school niet toestaan?’ De vraag gaat over de verantwoordelijkheid van de school en tot waar die reikt. Er zijn verschillende manieren hoe je als school kunt omgaan met verliefdheid, verkering en het seksuele gedrag (zoals zoenen op het schoolplein) wat daarbij hoort.

  1. Visie. Veel leerlingen experimenteren op deze leeftijd met relaties en verliefdheid. Zorg ervoor dat je als school een visie hebt op ‘verliefdheid en relaties op school’. Welke afspraken maak je als team? Mogen leerlingen verkering? Mag er gezoend op het schoolplein? Wat doe je bij een fixatie op verliefdheid? Gebruik hierbij de seksuele ontwikkelingsfasen als uitgangspunt. 
  2. Sociaal netwerk. Voor veel leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs is school de enige plek waarop leerlingen kunnen experimenteren met relaties. De leerlingen verschillen daarin van leerlingen in het reguliere onderwijs. Ze komen vaak van ver en hebben thuis of in de buurt een minder groot sociaal netwerk. En dus ook minder mogelijkheden om verliefd te worden, relaties aan te gaan en te experimenteren met seksualiteit. Houdt rekening met deze factor bij het bepalen van een schoolvisie en/of beleid. 
  3. Religie. Het is belangrijk om  in de lessen aandacht aan relatievorming, cultuur en religie te besteden. Gebruik bijvoorbeeld het lespakket Lang Leve de Liefde en lees meer over verliefdheid, relaties en islam op sense.info. Vertaal de informatie op deze site naar het niveau van de leerlingen.
  4. Ouders. Bespreek met ouders de visie van de school op seksualiteit en seksuele vorming. Benoem ook de verantwoordelijkheid van de school. Zo kan een school in bovengenoemde casus aangeven dat zij geen verantwoordelijkheid kan dragen op het gebied van ‘op wie leerlingen verliefd worden of met wie zij verkering hebben’. Het is belangrijk om ook aan te geven waar de school wel verantwoordelijkheid draagt (lessen seksuele vorming, veiligheid, et cetera). 
  5. Individueel. Maak een afspraak met het meisje naar aanleiding van haar (spijbel-)gedrag. Benoem de relatie en geef aan dat het meisje ook met vragen hierover bij de school terecht kan. Verwijs eventueel naar de vertrouwenspersoon op school.

Ik heb de film ‘Gabrielle’ gekeken over een verstandelijk beperkte vrouw die verliefd wordt op een verstandelijk beperkte man en hoe deze relatie zich verder ontwikkelt. Ik heb mijn collega’s deze film ook aangeraden. We zijn daarna in gesprek gegaan over onze visie op school.

docent vso, zml cluster 3

‘In mijn klas zitten veel leerlingen met ass. Ze hebben moeite met nuanceren en denken én benoemen zaken soms erg zwart/wit. Dit zorgt in onze klas voor veel homo-negatieve uitspraken. Hoe maak ik het onderwerp bespreekbaar en zorg ik dat deze discriminatie stopt?’

 

  1. Taal.In dit geval kunt u starten met het aanbieden van een breder taalpalet. U leert uw leerlingen meer nuances, waardoor zij zich beter leren uitdrukken. U kunt hiervoor een woordweb gebruiken of het sekswoordenboek.
  2. Stellingen. Oefen het geven van een eigen mening aan de hand van een aantal stellingen. Laat leerlingen hun mening zo genuanceerd mogelijk formuleren. Vraag door op het moment dat er ongenuanceerd gepraat wordt (‘Bedoel je dat…’ of ‘Vind je dat..’).
  3. Rollenspelen. Laat leerlingen in de rol van ‘pester’ of ‘gepeste’ kruipen. Geef de rollen bijvoorbeeld juist aan leerlingen die normaal in de andere positie zitten. Oefen het benoemen van de gevoelens die dit voor beide partijen oproept en benoem hoe je respectvol met elkaar kunt omgaan.
  4. Gastdocent. Nodig een gastdocent uit met een homo- of biseksuele identiteit. In veel klassen blijkt dat homo-negativiteit dan wegvalt. Het is geen ‘onderwerp’ meer, maar een persoon met een verhaal en met gevoelens. Wat het onderwerp daardoor vaak makkelijker bespreekbaar maakt.
  5. Ruimte voor ontwikkeling. Besteedt in uw lessen seksuele vorming expliciet aandacht aan seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Leg uit wat het is en benoem mensenrechten, ideeën over gelijkheid en respect in verschillende culturen.

Tip

In Friesland werkt Tumba met het spel ‘Wie van de drie?’ geïnspireerd op het bekende tv-spel uit de jaren zeventig. In deze versie stellen de drie kandidaten zich voor en vertellen dat ze homoseksueel zijn, aan de groep de opdracht om te achterhalen wie van de drie de waarheid spreekt!

Meer lezen?

Aanbevolen materiaal

Scroll
naar beneden